Carillon


carillon

Het carillon of beiaard is een mechanisch klokkenspel. De klokken van een carillon zijn gestemd en kunnen op verschillende manieren worden aangeslagen: door een hamer aan de buitenkant, een inwendige klepel of een een combinatie van beide. Iemand die een carrilion bespeelt, heet beiaardier. Het carillon kan op verschillende manieren worden bespeeld: 1. door direct aan de touwen te trekken waaraan aan de klepels vastzitten of 2. door een toetsmechanisme waarbij de touwen aan hefbomen zijn bevestigd, gerangschikt als de noten op een orgelklavier. Op het carrillion kunnen zowel manualen voor de handen als pedalen voor de voeten aanwezig zijn. Volgens de definitie van de World Carillon Federation dient een instrument uit minimaal 23 klokken te bestaan om carillon genoemd te mogen worden. Het carillon is in de 13e eeuw in Noord-Europa ontstaan en bevindt zich in torens. Op het vlak van het aantal beiaarden staan Nederland en de Verenigde Staten aan de top, met zo'n 200 instrumenten per land. Dan volgt Belgie met ca. 85, verder gevolgd door Frankrijk, Duitsland en Denemarken. In 2004 tellen we nog steeds 66 werkende beiaarden in Vlaanderen.


GESCHIEDENIS Het instrument is in de Lage Landen in de 17e eeuw ontstaan, toen de rijkere steden hun kerktorens niet alleen voor het oog verfraaiden, maar ook een nieuw geluid toevoegden aan de torenklokken. In 1980 sloot de Leuvense firma Sergeys, de laatste klokkengieterij in Vlaanderen, haar deuren. Hiermee kwam een einde aan een traditie van 500 jaar beiaardbouw in onze streken. In Nederland vindt met nog twee klokkengieterijen: de Koninklijke Eijsbouts in Asten en de Koninklijke Petit & Fritsen (in Aarle-Rixtel).