Mellofoon


De mellofoon werd omstreeks 1920 ontwikkeld en was oorspronkelijk een rechtshandige hoorn, met pistons in plaats van kleppen. De linkerhand werd niet in de beker gestoken. Hij is een beetje kleiner dan de Frans hoorn en heeft een eigen mondstuk. De mellofoon uitgevonden om beter mee te kunnen marcheren in een orkest.Tegenwoordig wordt de mellofoon nog gespeeld en heeft hij zijn oorspronkelijke vorm verloren. Hij heeft nu meer weg van een trompet. De mellofonen worden vaak in show-orkesten gebruikt, daar waar normaal alt-trompetten of hoorns gebruikt worden. Ze zorgen voor een volle, eigen klanken spelen vaak tegenmelodieen die op fraaie wijze door de melodie heenklinken. Tijdens het lopen, paardrijden of fietsen moeten ze bespeeld kunnen worden. Mellophonen zijn er in C, D, Eb en F.