Vihuela


vihuelaDe vihuela gaat historisch gezien terug tot de Middeleeuwen en is een bijna puur Spaans instrument. Vermoedelijk is het een antwoord van de lokale Spaanse bevolking die het instrument, dat door de Arabieren tijdens de overheersing van de Moren meegebrachte instrumenten, verder hebben ontwikkeld. Ook in Italie was de vihuela doorgedrongen. In Spanje en Itali� onderscheidde men drie verschillende vormen, die vooral in de speelwijze tot uiting kwamen: -De 'vihuela de arco' (met de strijkstok); -De 'vihuela de mano' (met de vingers van de rechterhand) -de 'vihuela de pe�ola' (met het plectrum). De vihuela de mano (met zijn platte achterkant) werd evenals de luit in kwarten gestemd, waardoor het mogelijk was om muziek, oorspronkelijk voor het ene, op het andere instrument uit te voeren. (Tinctorius, 'De inventione et su musicae'). Beide instrumenten hadden vijf tot zes snaren darmen koren en werden met de vingers aangetokkeld. De vroegste bronnen voor de vihuela de mano zijn gevonden in Itali� te Ferrara. Er zijn 2 vihuela (de mano's) bekend: het door Emilio Pujol in 1936 ontdekte, en zeer bekende instrument, uit de 16e eeuw met 5 klankgaten dat te Parijs in het Jacquemart-museum bewaard wordt en het andere - recenter ontdekt, namelijk in 1976 - met een klankgat en duidelijke overeenkomsten met het eerder genoemde en oudere instrument. Deze vihuela bevindt zich in Ecuador in de 'Iglesia de la Compa�ia de J�sus te Quito. Zij is vermoedelijk ook daar in het begin van de 17e gemaakt (La Guitarra Espa�ola, pag. 30-37). (Bron: De mandoline en de gitaar door de eeuwen heen. Door Alex Timmerman.)