Balalaika


balalaikaDe balalaika is een meestal 3-snarig instrument met een driehoekige klankkast. Het werd in Rusland al eeuwen bespeeld maar werd door Vassili Andrejev, een Russische muzikant-musicoloog, aan het eind van de 18e eeuw herontdekt. Het instrument wordt in Rusland in balalaika-orkesten ingezet. Andrejev ontwikkelde de balalaika en, minstens even belangrijk, modificeerde het naar een wat toegankelijker instrument en ontwikkelde nieuwe speelstijlen. Daarnaast ontwierp hij een complete familie van balalaika's, waarvan op dit moment 4 leden gebruikt worden. De balalaika familie bestaat uit: de prime-balalaiaka (sopraan): het 'lead'-instrument van de familie, de altbalalaika (een octaaf lager), de basbalalaika (vergelijkbaar met de cello). De basbalalaika steunt op een pin in 1 van de hoeken en wordt met een groot vetleren plectrum bespeeld. contrabasbalalaika (vergelijkbaar met de contrabas uit de vioolfamilie). Ook deze steunt met op een pin en wordt met een leren plectrum bespeeld Minder gebruikelijk zijn de piccolobalalaika (boven de prime) en de secundbalalaika, die tussen prime- en altbalalaika in zit. De tenorbalalaika zit weer lager dan de alt, en hoger dan de bas. Er wordt nogal geÔŅĹxperimenteerd met stemmingen en dat leidt tot extra namen. Alle balalaika's (behalve de bas) worden met een plectrum bespeeld, soms met de blote vingers (afhankelijk van de gewenste klankkleur), behalve de prime! De speler heeft hier een variÔŅĹteit aan rechterhandtechnieken tot zijn beschikking, waarmee hij aan zijn instrument een scala aan klanken kan ontlokken.