Cello


celloDe cello of violoncello heeft vier snaren is in kwinten gestemd in de volgorde C-G-d-a. Het instrument heeft een tenor- en basfunctie in ensembles. De bouw, met een corpuslengte van 75 cm, komt overeen met de viool maar rust met een pen op de grond. Door de grote afstanden tussen de tonen is het niet mogelijk om vier opvolgende tonen te spelen zonder positiewisseling. De cello is een stuk groter dan de viool. Het instrument wordt rechtop tussen de benen van de speler gehouden en rust dus met een pin op de grond. Het instrument heeft veel mogelijkheden, zowel als solo-instrument als bij begeleiding. GESCHIEDENIS De cello is ontstaan uit de tenorviola en een tijd lang bestonden ze naast elkaar. Na 1750 zijn de viola's verdwenen omdat ze minder sterk konden spelen, en daardoor kreeg de cello een grotere rol. De invoering, eind 18de eeuw, van de concaaf gebogen strijkstok in plaats van de convexe, maakte een zelfstandiger partij in kamermuziek mogelijk. De cello had voor die tijd een basso continuo-functie.