Claviorganum


claviorganumHet claviorganum, ook wel klavierorgel, clavecimbaalorgel of clavecimbel-met-orgel-in-de-voet genoemd, is een instrument waarbij de eigenschappen van het pijporgel zoals grondtonig en constante klanksterkte en het clavecimbel zoals helder, maar snel afnemend in klanksterkte, met elkaar zijn gecombineerd. De ruimte onder het clavecimbel wordt gebruikt om hier balg, windlade en pijpen te plaatsen. Dat het om de combinatie van twee reeds bestaande instrumenten gaat, blijkt uit de naam waarin de bestanddelen "clav" en "org" terugkomen. De constructie is per instrument, afhankelijk van het aantal orgel- en clavecimbelregisters, behoorlijk divers. Het clavecimbel is wel steeds boven op het orgel geplaatst en kan gekoppeld worden aan het onderliggende orgelklavier. De stekers onder de toetsen van het orgelklavier zijn verbonden met de ventielen in de windlade. Deze ligt recht onder het klavier en voorziet de pijpen van de benodigde winddruk. Kleinere pijpen zijn chromatisch rechtop achter de stekers opgesteld; grotere pijpen passen liggend links onder het clavecimbel, dus parallel met de langste snaren. De windvoorziening geschiedde vroeger met een of meer voettreden, die door de speler of door anderen bediend werden. Hedendaagse instrumenten kunnen voorzien zijn van een electrisch aangedreven motor, zoals bij een kistorgel.De vroegste claviorgana dateren uit de 16e eeuw. Tot in het begin van de 19e eeuw is er sprake van combinaties van orgel, clavecimbel en forte-piano. Het clavecimbelgedeelte wordt eind 18e eeuw langzamerhand verdrongen door de pianoforte.