Cornu


cornu

De Romeinse cornu of buccina is een voorbeeld van een trompet met een gebogen vorm is. Dit instrument kon ruim drie meter lang zijn. Halverwege zat er soms een houten lat zodat het instrument op de schouder van de speler kon steunen.


GESCHIEDENIS Primitieve trompetten werden van materialen uit de natuur gemaakt, voornamelijk van hout. Ze werden bij bepaalde rituelen gebruikt. In Nieuw-Guinea en Nieuw-Zeeland kwamen ook 'dwars'-trompetten voor: trompetten die aan de zijkant werden aangeblazen. In de Oudheid werden trompetten van brons gemaakt. Het merendeel van deze trompetten was recht, met een licht uitlopende beker. Vroeger was men nog niet in staat om de buis van een instrument zo te buigen, dat hij makkelijk bespeelbaar bleef. Het gevolg was dat men behoorlijk grote trompetten kreeg. In Birma kwam een instrument voor waarbij ��n persoon aan het begin van het instrument stond en erop speelde. De tweede stond bij de beker en liet het instrument op zijn schouder rusten.