Electronisch Orgel


electronisch orgelHet electronisch orgel bestaat uit een tot drie klavieren, een set pedalen en een zwelpedaal waarmee het volume van het geluid bepaald wordt. De offciele benaming zwelpedaal is niet populair, veel organisten spreken over het gaspedaal. Het instrument is ontwikkeld na het hammond-orgel in de jaren 60, toen de technieken om electronisch geluid op te wekken steeds geavanceerder werden. Het electronisch orgel behoort zowel tot de meest flexibele instrumenten wat betreft de mogelijkheden van klanken muziekstijl als tot de meest volledige instrumenten. De organist kan in zijn eentje compleet muziekstuk ten gehore brengen. Het hart van een electronisch orgel is een synthesizer, welke volgens een bepaald model geluid opwekt. Indien een toets of een pedaal gespeeld wordt, wordt de toonhoogte die bij die toets of pedaal hoort opgezocht en wordt in de synthesizer een toon van die toonhoogte gestart. In het begin werkten elektronische orgels analoog. Sinds eind jaren 70 beschikken orgels over een digitale synthesizerchip. De digitalisering heeft voor een explosie in de mogelijkheden gezorgd. Oorspronkelijk probeerde men electronische orgels zo veel mogelijk als een orgel te laten klinken. Door de digitalisering werd het mogelijk om zeer krachtige synthesizers te bouwen, en waren allerlei geluiden zoals piano, viool, gitaar, een drumcomputer en zowat al het denkbare geen probleem meer. Langzamerhand is het aantal functies steeds verder toegenomen. Enkele functies die je op moderne orgels kan tegenkomen: Drukgevoelige toetsen, hiermee kan men net als bij een piano met de aanslag de geluidssterkte regelen. Vaak kan zowel de aanslaggevoeligheid (die de toonsterkte bepaald) als de weerstand (toetsweerstand bij aanslag) instellen. Een met de rechterknie bedienbaar klepje wat als je er met je knie tegen duwt tot gevolg heeft dat de tonen nagalmen. Schakelaars op het zwelpedaal, waarmee opdrachten aan de drumcomputer gegeven kunnen worden. Met de voeten bedienbare schakelaars waarmee het orgel tijdens het spelen van configuratie kan veranderen. Opslagmedia zoals diskettestations of zelfs harde schijven, waarmee instrumentgeluiden zelf gemaakt kunnen worden of instrumentgeluiden van derden in het orgel geladen kunnen worden. Een opnamefunctie gerealiseerd wordt.