Flamencogitaar


flamencogitaarEen flamencogitaar is afgeleid van de Spaanse gitaar. Ze wijkt niet sterk af maar is zo gebouwd dat ze de pit en de kracht van de flamenco kan weergeven. Achterkant en zijkant worden uitgevoerd in Spaanse cipres (hoogblond van kleur waardoor je een flamencogitaar kan herkennen); de hals is van cederhout terwijl men voor de toets voor ebbehout kiest. Het dunne bovenblad wordt vervaardigd uit hout van de spar of pijnboom Op het bovenblad brengt men een uiterst lichte (vroeger celluloid, tegenwoordig een soort plakplastic) slagplaat aan, de 'golpeador', waarop de gitarist de karakteristieke ritmen van de flamencomuziek kan kloppen (Spaans: golpear). De toets is smaller en de bijzondere vorm van het zadel brengt de snaren dichter bij de frets waardoor de gitaar gemakkelijker te bespelen is en sneller reageert. Vooral Ramůģ ?ontoya en NiŮĮ íicardo hebben aan het begin van de 20ste eeuw de flamencogitaarmuziek dermate verrijkt dat de flamencogitaar sindsdien niet alleen als begeleiding van zang en dans, maar ook als soloinstrument gespeeld kan worden. Tot de bekendste flamencogitaristen behoren o.m. Carlos Montoya, Paco de Lucia en Manitas de Plata.