Gong


gong

De gong is een ronde metallofoon van Oost-Aziatische herkomst die een specifieke toonhoogte kan hebben. De bouw kan variŽ≤•n van die van een ronde, gekromde schotel (de chinese gong), tot die van een rechthoekige metalen plaat. Hij wordt met een vilten, houten of metalen stok bespeeld. In het begin waren gongs plat, later kregen ze een bol oppervlak of een bult in het midden. De meeste gongs zijn enkelvoudig en worden opgehangen met een koord aan een raamwerk. Op Java kom je ook wel meervoudige gongs van verschillende grootte tegen. In Thailand en Birma kom je gongspelen tegen die bestaan uit gongs in een rond houten raam. De speler zit dan in het instrument en gebruikt stokken met schijven aan het uiteinde. Een specifieke gong is de grote tamtam, die geen specifieke toonhoogte heeft, maar een complexe, meer ruisachtige klank. Gongs komen oorspronkelijk uit Zuidoost-AziŽģ Daarvandaan zijn ze naar Europa en de Verenigde Staten gebracht. Tegenwoordig kom je een gong ook tegen in het westerse orkest.