Hammond Orgel


Het hammondorgel is een elektrisch orgel dat in april 1935 werd ontworpen en gebouwd door Laurens Hammond. Hoewel het hammondorgel oorspronkelijk verkocht werd aan kerken als goedkoop alternatief voor het pijporgel, werd het later gebruikt voor jazz en, in mindere mate, rock en gospel. Als imitatie van een pijporgel, met rijen van pijpen van verschillende registers , gebruikt het hammondorgel additieve synthese van golfvormen van harmonische series om het geluid te vormen. Net als in Thadeus Cahills eerdere telharmonium worden de golfvormen gemaakt door mechanische toonwielen. Omdat de golfvormen worden gemaakt door mechanische toonwielen en niet door elektronische oscillatoren wordt het hammondorgel elektrisch en niet elektronisch genoemd. De klankopwekking in het door Hammond gepatenteerde toonwiel orgel vind plaats door een in het orgel geplaatste as die met een constante snelheid ronddraait. Op deze as bevinden zich een soort tandwielen, de toonwielen, waarop een variabel aantal vertandingen is gemonteerd. Bij de toonwielen worden opneemspoeltjes, pickups, geplaatst waarin door de vertandingen van de draaiende toonwielen een wisselspanning wordt opgewekt. Hoe meer vertandingen er per tijdseenheid passeren hoe hoger de door het opneemspoeltje afgegeven toon. Een typische eigenschap van het hammondorgel is het gebruik van schuifweerstanden, zgn. drawbars, om de golfvormen in vari�rende mate te mengen. Een andere eigenschap is een elektromechanisch vibrato. Het herkenbare key click-geluid, een scherpe aanzet tot de toon, was oorspronkelijk een gebrek in het ontwerp, maar werd later een onderdeel van de hammondklank dat nu door moderne orgels wordt ge�miteerd. Een natuurgetrouwe elektronische imitatie van het hammondgeluid is moeilijk doordat de combinatie van de toonwielen vrijwel niet met elektronica na te maken is. Met de introductie van digitale technieken, zoals sampling, kwamen er orgels met een goede imitatie van de beroemde klank. Ook Hammond, inmiddels een Japanse producent Suzuki Musical Instruments, maakt nu digitale orgels (zoals de X-B3). Vaak worden Leslie-speakers gebruikt bij hammondorgels, hoewel Leslie in het begin een concurrent van Hammond was. Bij hammondorgels werd dit geluidssysteem toegepast in de vorm van een Lesliebox. In deze separaat opgestelde geluidskast draait een trommel met een gleuf erin rond en verspreidt het geluid van de in de trommel geplaatste luidspreker. Dit veroorzaakt een ruimtelijk effect door het optredende Doppler effect. Bij hammondorgels werden meestal twee trommelsnelheden toegepast t.w. tremolo: snel en chorus: langzaam. Het Hammond model B3 was, en is, het meest gebruikte model, hoewel de C3 alleen van uiterlijk verschilt. Hammondorgels hebben niet een "volledig pedaal" (zoals een kerkorgel), oorspronkelijk wegens goedkopere productie en kleinere afmeting.