Klezmer


klezmer

Klezmer is van origine de instrumentale muziek van de Jiddisch sprekende Joden in met name Oost-Europa.
Soms wordt ook wel de term "Jiddische muziek" gebruikt.
Op de Joodse bruiloften, die meestal meerdere dagen duurden, speelden de klezmorim/klezmermuzikanten naast veel dansmuziek ook rituele muziek voor bij de huwelijksceremonie en luistermuziek voor bij de maaltijd.
De Jiddische benaming klezmer vindt zijn oorsprong in twee Oudhebreeuwse woorden: kley (werktuig) en zemer (musiceren). Het woord klezmer (meervoud: klezmorim) werd oorspronkelijk in de Joodse cultuur in Oost-Europa gebruikt als aanduiding voor een muzikant die de instrumentale bruiloftsmuziek speelde. Tot aan het midden van de jaren 1970 bestond er geen naam voor de stijl. De muzikanten en platenmaatschappijen noemden de stijl simpelweg "Joodse bruiloftsmuziek". Pas vanaf de heropleving van het muziekgenre eind jaren 1970 werd "klezmer" de benaming voor de muziekstijl.

Vooral snaarinstrumenten zoals de viool werden van oudsher gebruikt, met als begeleiding tweede viool (sekund), cello of contrabas als basinstrument, en tsimbl (een klein cimbalom). Rond 1900 komt daar ook de klarinet als melodie-instrument bij. In de 20e eeuw zijn het vaak accordeon en piano die de begeleiding invullen, soms aangevuld met drums. In de huidige klezmerensembles is naast de genoemde instrumenten ook vaak koper te horen zoals de trompet, trombone en de tuba.

Een typische samenstelling van een klezmerorkest of klezmerkapelye vanaf de 18e eeuw: eerste viool, tweede viool, contrabas, tsimbl (klein cimbalom) en enkele primitieve houten blaasinstrumenten, zoals vroege dwarsfluit en klarinet. Meestal was de eerste violist de bandleider en hij arrangeerde ook de stukken. De houtblazers werden later belangrijker, maar toen in de 19e eeuw in Oekrane de luide instrumenten verboden werden zijn daar bijna alle blazers even van het toneel verdwenen. Enige tijd daarna besliste de Russische tsaar de klezmorim in te lijven in zijn militaire kapel. In hun klezmerorkesten gebruikten de klezmorim vervolgens ook instrumenten uit de militaire kapel zoals trombone, cornet en trompet, saxofoon, turkse trom en snarentrom. Vaak bestond een klezmerkapelye slechts uit een paar muzikanten.

Na de heropleving van klezmer in de jaren 1970 zijn er klezmerorkesten geformeerd in allerlei groottes en samenstellingen. Veel nog niet eerder in de klezmer gebruikte instrumenten komen nu voor, zoals banjo, mandoline, gitaar, mondharmonica, basgitaar, keyboard en harp.