Symfonie-orkest


symfonie-orkest

Het symfonie-orkest bestaat uit strijkinstrumenten, houtblazers, koperblazers en slagwerk. De dirigent heeft de volledige compositie voor zich, waarin alle partijen genoteerd staan. De orkestleden hebben alleen hun eigen partij. Niet altijd speelt dus het hele orkest. De slagwerker bijvoorbeeld wacht op het sein van de dirigent en telt niet alle maten uit waarin hij rust heeft. Is dit wÔŅĹl het geval dan spreekt men van tutti. Juist het verschil van combinaties van de verschillende instrumentgroepen, geeft zijn charme aan het symfonie-orkest.


GESCHIEDENIS De oorsprong van deze 4 instrumentgroepen binnen het orkest is het ensemble, een klein orkest uit de barok-periode dat de kern werd van het moderne orkest. Dit barok-ensemble bestond uit de moderne strijkersgroep (viool, altviool, cello en contrabas) fluiten of blokfluiten, hobo's, fagot, trompetten, hoorns en een klavecimbel. De klavecimbel-speler was tevens de dirigent van het ensemble. Tijdens de overgang naar de klassieke periode, omstreeks 1750, werd de strijkersgroep ruim verdubbeld en het orkest uitgebreid met klarinetten, trombones en slagwerk. Het klavecimbel verdween en er kwam een dirigent voor in de plaats. Vanaf ca. 1850, de romantische periode, werden alle instrumentgroepen uitgebreid met meer van hetzelfde zoals de strijkersgroep, die weer ruim verdubbeld werd. Ook werden er weer nieuwe instrumenten aan het orkest toegevoegd, zoals de harp. Bij de hout- en koperblazers kwamen er basinstrumenten bij en vooral het slagwerk werd fors uitgebreid.