Viola


violaDe viola of viola da gamba was een voorloper van de viool. Er zijn een aantal duidelijke verschillen met de viool. de viola heeft zes dunne snaren, de viool vier dikke, de klankgaten zijn verschillend van vorm. het achterblad van de viola is plat, dat van de viool een beetje rond de strijkstok van de viola is breder dan die van de viool. De viola heeft zgn.frets zoals bij een gitaar: stukjes metaal op de toets, die precies aangeven waar de snaar moet worden ingedrukt. De toets bevindt zich gedeeltelijk op de hals en gedeeltelijk op de klankkast. De viola heeft een rustige klank en die goed combineert met zang of blokfluit. Er zijn veel verschillende viola's. De kleinere viola's: de sopraanviola: Deze werd rechtop gehouden, op de knie van de speler. de altviola: Net zoals de sopraanviola. de viola d'amore: Deze had zgn. secundaire snaren: snaren die niet gestreken worden maar meetrillen tijdens het spelen. De grotere viola's. de tenorviola de basviola: Deze had zes gestreken snaren en soms tot 40 meetrillende snaren, werd zowel in in ensembles gebruikt als solo. de contrabasviola of violone: Dit instrument was de voorganger van de contrabas.