Viool


viool

De viool is een snaarinstrument met een viertal snaren. De klank wordt voortgebracht door de snaren in trilling te brengen met een strijkstok. De houten klankkast dient om het geluid van de trillende snaren te versterken. De viool wordt doorgaans bespeeld door het instrument tussen kin en schouder te klemmen en met de vingers van de linkerhand de snaren af drukken tegen de ebbenhouten toets om zodoende de snaar te verkorten waardoor zij hoger klinkt. Klank: De vier snaren zijn als volgt gestemd, van laag naar hoog: G, D, A, E. De G-, D- en A-snaar zijn vaak van kunststof, omwikkeld met metaalfolie, maar de betere snaren hebben als basis schapendarm in plaats van kunststof. De E-snaar is doorgaans van massief metaal. Vroeger werd alleen schapendarm gebruikt en door de gebrekkige technologie waren snaren moeilijk homogeen te maken, wat de klank negatief beinvloedde. De tegenwoordige darmsnaren hebben dit nadeel niet meer. Darmsnaren zijn wel gevoeliger voor vocht, zodat de viool sneller ontstemt. De klank van de viool kan worden verzacht door een sordino (houten of kunststof demper) op de kam te zetten. Voor studiedoeleinden kun je de viool heel zacht laten klinken met een zware metalen demper. Meestal wordt de viool met de strijkstok bespeeld. Naast de strijktechniek (arco) wordt de viool soms ook pizzicato bespeeld, (door met een vinger te tokkelen - meestal met de stok in de hand). In zeer uitzonderlijke gevallen wordt col legno gespeeld door met het hout van de strijkstok te strijken. In orkestwerken zijn meestal twee vioolpartijen aanwezig, de eerste viool en de tweede viool. De instrumenten zijn hetzelfde, maar de eerste violen hebben belangrijker partijen te spelen. De altviool is een kwint lager gestemd en heeft meestal een ondersteunende rol. Bouw: Violen (en met name de studieviolen) worden in een aantal maten gebouwd. De hele viool (4/4) is de meest gangbare, kwartviolen en kleiner worden heel weinig gemaakt.Het bouwen van een viool vereist een zeer groot vakmanschap. Omdat een viool zijn mooiste klank vaak pas na lang bespelen verkrijgt, zijn vooral de violen van een aantal oudere vioolbouwers beroemd zoals Amati, Guarneri, Stainer en Stradivarius. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, zijn vioolsnaren niet gemaakt van kattendarm, maar van schapendarm. Een kattenfokkerij voor het winnen van hun darmen is dan ook nooit aangetroffen. Bovendien is de kat te klein om darm van voldoende lengte en kwaliteit te winnen. De oorsprong van dit broodje-aapverhaal is al oud, maar niet zeker. Een van de theorieë® is: De Italiaanse vioolbouwers uit Salle, schijnen volgens de traditie beweerd te hebben dat hun snaren van kattendarm gemaakt waren. Omdat het volgens het toen heersende bijgeloof ongeluk bracht om een kat te doden, dachten deze vioolbouwers op deze manier hun handel tegen namaak te kunnen beschermen. De legende blijft waarschijnlijk hardnekkig in stand omdat het geluid van een beginnende violist door de omgeving wel wordt omschreven als kattengejank vanwege de vele valse noten. Ontwikkelingen: De viool is een traditioneel instrument, waarin sinds het hoogtepunt van de hierboven genoemde vioolbouwers, nauwelijk ontwikkeling is geweest. Een recente ontwikkeling is de elektrische viool. Als de viool wordt voorzien van metalen snaren en een elektromagnetische opnemer kan de klankkast achterwege blijven en resulteert een elektrische viool, die af en toe op een pop- of jazzpodium te horen is. Het bespelen van de viool leert men soms al op zeer jonge leeftijd aan de hand van de Suzuki Methode.