Blokfluit


blokfluit

De blokfluit is een zgn. bekfluit. Bekfluiten zijn rechte fluiten waarin de lucht door het mondstuk wordt gericht tegen de scherpe rand van een gat. Dat gat zit in de blokfluit net onder het mondstuk.De blokfluit is een echt houten instrument. De meeste houten blaasinstrumenten hebben wel metaal in het instrument zitten. In tegenstelling tot de andere houten blaasinstrumenten hebben de meeste blokfluiten geen kleppen. Alleen de grotere blokfluiten hebben een paar kleppen om de laagste tonen te kunnen spelen.


Blokfluiten zijn er al erg lang. In de oudheid kwam hij al voor in Egypte en Griekenland. In de Middeleeuwen zie je hem ook in Europa. Rond 1750 verdwijnt hij, en wordt z'n plaats ingenomen door de dwarsfluit. In de 20e eeuw zie je echter weer een opleving in het gebruik van het instrument. De blokfluit heeft z'n naam gekregen van het zgn. blokje dat in het mondstuk zit. Door dit blokje wordt de lucht gedwongen om door de kernspleet te gaan. Dan komt de lucht bij het labium. Daar gaat de lucht voor een deel naar buiten, de rest gaat trillen in het instrument, en er ontstaat geluid. Er zijn acht gaten om de toonhoogte te regelen, 7 aan de voorkant en 1 aan de achterkant (het duimgat). Het kan gebeuren dat een gat half bedekt moet worden. Om dat wat makkelijker te maken, worden er soms opn plaats 2 kleinere gaten vlak naast elkaar geboord. In plaats van een groot gat half te bedekken, wordt er 1 van de twee kleinere gaten bedekt. De klank van kleine blokfluiten is doordringend en hoog. De grotere blokfluiten geven een wat zachter geluid. De blokfluitfamilie: Garklein-fluit in C, Sopranino-blokfluit in F, Sopraan-blokfluit in C, Alt-blokfluit in F, Tenor-blokfluit in C, Bas-blokfluit in F, Grootbas-blokfluit in C, Contrabas-blokfluit in F.