Gitaar


gitaar

De gitaar is een snaarinstrument, en wordt bespeeld met de vingers of met een plectrum. Gitaren hebben over het algemeen 6 snaren. De snaren worden gemaakt van metaal of nylon. Ze worden meestal getokkeld, hoewel soms ook wel van een plectrum gebruik gemaakt wordt om het geluid te versterken. Het geluid van de gitaar is bescheiden. De meest gangbare stemming is (van laag naar hoog) E-A-d-g-b-e. Deze stemming biedt een goed compromis tussen speelgemak voor veel akkoorden en de mogelijkheid om met minimale beweging in de linkerhand een toonladder te spelen. Andere stemmingen zijn onder andere E-A-d-f#-b-e (dit zijn dezelfde intervallen als op een luit), D-G-d-g-b-d (zg. "open G", wordt veel gebruikt voor blues en slide-gitaar) of D-A-d-g-b-e (zg. "drop D", veel gebruikt door nu metal bands) maar worden, zoals hierboven ook al aangegeven, meestal gebruikt voor specifieke muziekstijlen. GESCHIEDENIS Het woord gitaar is van Perzische oorsprong. Het Perzische woord "taar" betekent "snaar". Slechts weinige instrumenten hebben een voorgeschiedenis van meer dan 500 jaar. Het succes van zowel de Spaanse Vihuela da mano, zeskorig (zes dubbele snaren), als de Italiaanse renaissancegitaar, vierkorig (vier dubbele snaren), heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de Guitarra Spagnola. Deze rijkelijk versierde en met vijf dubbele snaren bespannen barokgitaar is ontstaan in Spanje op het einde van de zestiende eeuw. Niet alleen in Spanje maar in de meeste West-Europese landen werd dit instrument bespeeld in aristocratische kringen waar het overigens meer gewaardeerd werd dan in Spanje zelf. Gitaristen zoals Robert de Vis en Francesco Corbetta waren vast verbonden aan het hof van Lodewijk XIV. Hun muziekbundels werden opgedragen aan de koning die, evenals zijn dochters, zelf een fervent gitaarspeler was. Rond 1780 wordt er nog een zesde paar snaren toegevoegd aan de Guitarra Spagnola. De meeste zeskorige gitaren in Spanje zijn gebouwd in Cadiz. Bijna gelijktijdig worden de zes koren ontdubbeld, eerst in Frankrijk en Itali Spanje volgt pas veel later. Ook de snaarspanning wordt verhoogd. Dit wordt dan de zes-snarige ?romantische gitaar? genoemd met zijn typische snorvormige kam. Wenen en Parijs waren de belangrijkste gitaarcentra waar gitaarvirtuozen zoals bijvoorbeeld Mauro Giuliani en Fernando Sor actief waren. In de negentiende eeuw worden er mechanische stemschroeven aan toegevoegd, en rond 1884 bouwt Antonio Torres (in Almer Spanje, 1827) de eerste gitaar die qua vorm en bouwprincipes maar weinig meer verschilt van de 'klassieke gitaar' zoals wij die vandaag kennen. De hedendaagse gitaartechnieken zijn volledig gebaseerd op het werk van gitaristen zoals Francisco Tarr觡 en Emilio Pujol. In de twintigste eeuw hebben in Spanje de gitaristen Andres Segovia en Narciso Yepes gevolgd door Alexander Lagoya en Ida Presti in Parijs en in Engeland Juliam Bream en John Williams voor de grote doorbraak gezorgd. Ook het grote succes van het Concierto de Aranjuez van de componist Joaquin Rodrigo heeft voor een nieuwe doorbraak gezorgd.