Harp


harpDe harp is een getokkeld snaarinstrument, waarvan de snaren in schuine richting van de klankkast naar de hals van het instrument lopen. De snaren van een harp worden in trilling gebracht door met de vingers aan de snaren te plukken. De moderne orkestharp heeft een groot toonbereik: het grootste van alle orkestinstrumenten. Het instrument heeft 47 snaren. Om een snaar makkelijker te vinden zijn bepaalde snaren rood en blauw gekleurd. Aan de bovenkant van het instrument zitten de stemschroeven. Onder aan het instrument zitten zeven pedalen, die d.m.v. kabels in verbinding met de snaren. Ze kunnen in verschillende standen staan, en de snaren een halve of hele toon verhogen. Dat gebeurt door het trillende gedeelte van de snaar kleiner te maken. Zie hiervoor de afbeelding. Als het pedaal in positie a staat geven de snaar de laagste toon. In positie b wordt een deel van de snaar d.m.v. een schijfje klem gezet, zodat het niet meer kan trillen. De snaar wordt een halve toon hoger. Als het pedaal in positie c staat, wordt de snaar iets verderop met een tweede schijfje klem gezet. De snaar wordt nu nog een halve toon hoger. Er zijn 3 basisvormen: de boogharp (A), de hoekharp (B) en de lijstharp (C). Boogharpen en hoekharpen komen oorspronkelijk uit Afrika en Oost-AziŽ •n worden daar nog steeds veel gebruikt. Lijstharpen komen buiten Europa niet voor. GESCHIEDENIS De eerste oorspronkelijke composities voor harp ontstonden in het begin van de 17e eeuw in ItaliŽģ In de 18e eeuw hebben o.a. Hšģ§el en Haydn werken voor de harp geschreven. De belangstelling voor de harp als orkestinstrument werd in de 19e eeuw ontwikkeld door componisten als Wagner (al zijn opera's) en Tsjaikovsky (de balletten). Ook G. Bizet gebruikt in z'n opera Carmen de harp. In de impressionistische muziek komt de harp veel voor (Debussy en Ravel). Ook in de 20e eeuw werd muziek voor de harp geschreven (P.Hindemith en F. Martin).De Europese harp uit de middeleeuwen had het nadeel maar in ť©ģ toonladder te kunnen worden gestemd. Als er verhogingen of verlagingen nodig waren, moest de harpist onder het spelen met de vingers op een snaar drukken; een onhandige methode. Pas in 1810 werd een bevredigende oplossing gevonden door middel van het dubbel-werkende pedaal. Deze door SťĘ°stien Erard (1752-1831) gevonden methode wordt nog steeds bij de moderne harp toegepast. Dit dubbelpedaal-mechanisme biedt de speler de mogelijkheid om de tonen van de snaren met een halve of een hele toon te verhogen.