Saxofoon


saxofoon

Oorspronkelijk bestond de saxofoonfamilie uit 14 leden. Tegenwoordig worden er nog maar 9 soorten gemaakt. Vier soorten, waaronder de sopraansax , altsax , tenorsax en de baritonsax worden meestal gebruikt in een fanfare en worden nog op grote schaal gemaakt. Alle leden van de saxofoonfamilie zijn:

- Soprillo in Bes (Si-b), recht .
- Sopraninosaxofoon in Es (Mi-b), meestal recht .
- Sopraansaxofoon in Bes (Si-b), meestal recht, ook gebogen S-vormig.
- Altsaxofoon in Es (Mi-b) en C (Do, Ut, "C-melody"), S-vormig .
- Tenorsaxofoon in Bes (Si-b), S-vormig .
- Baritonsaxofoon in Es (Mi-b), S-vormig, met extra rondingen.
- Bassaxofoon in Bes (Si-b), S-vormig, met extra rondingen.
- Contrabassaxofoon in Es (Mi-b), S-vormig, met extra rondingen .
- Subcontrabassaxofoon in Bes (Si-b), S-vormig, met extra rondingen.

Net als de klarinetten zijn het transponerende instrumenten.
Om een zuivere stemming te krijgen is het noodzakelijk dat de saxofoon eerst warm geblazen is. Door het mondstuk verder of minder ver over de hals te schuiven kan de saxofoon gestemd worden.
Je kunt de verschillende saxofoons herkennen aan hun vorm. Elk heeft zijn eigen klankkleur en grootte.

In de jaren 40 van de 19de eeuw vond de Belgische muziekinstrumentenbouwer Adolf Sax een instrument uit dat spoedig grote bekendheid kreeg en sindsdien de naam draagt van de uitvinder: de saxofoon of afgekort de sax. Hij kwam op het idee toen hij experimenteerde met het mondstuk van de basklarinet, dat hij plaatste op diverse koperblaasinstrumenten.

Het instrument wordt altijd van metaal gemaakt maar is net als de klarinet een enkelrietinstrument. Evenals bij de klarinet is het enkel stuk riet aan de onderkant van het mondstuk bevestigd doormiddel van een metalen band. De boring is zeer wijd.
Hoewel de saxofoon van koper wordt gemaakt wordt het desondanks vaak tot het hout gerekend, vanwege het riet en omdat de speeltechniek zo sterk overeenstemt met de klarinettechniek. De vingerzetting is als die van een hobo, het mondstuk als dat van de klarinet. Een goede klarinettist kan vaak ook de saxofoon bespelen.

Om geluid uit de saxofoon te krijgen moet je lucht persen tussen het riet en het mondstuk. Hierdoor breng je het riet in trilling en wordt een toon gemaakt. Figuur hieronder: mondstuk met riet van een tenorsaxofoon.
Kleppen zorgen ervoor dat de gaten, die in de buis van het instrument zijn geboord, afgesloten kunnen worden. Door het indrukken of loslaten van deze kleppen kun je verschillende tonen maken.
De ingenieuse applicatuur vraagt om een juiste werking en daarmee om een preciese afregeling. De afregeling heeft direct invloed op de toon- en speelkwaliteiten en een goede vakman is hiervoor noodzakelijk. Afhankelijk van de kwaliteit en het gebruik is een onderhoudsbeurt soms noodzakelijk. (zie figuur hieronder)
Verschillende materialen van het mondstuk kunnen zorgen voor verschillende klankkleuren. Ook de sterkte en de kwaliteit van het riet kunnen tot verschillende timbres leiden